Ik moest onlangs aan een oude cd van Anouk denken. Together Alone.

Het album kwam uit in 1997. Twee woorden die elkaar lijken tegen te spreken. Maar minder dan ik vroeger dacht.

De aanleiding was een toespraak van William Deresiewicz die ik las: Solitude and Leadership. Hij sprak in 2009 voor studenten van West Point over iets wat op het eerste gezicht vreemd klinkt. Wie leiding wil geven aan anderen, moet af en toe alleen kunnen zijn.

Niet om zich af te zonderen, maar om zelf na te denken. Om niet voortdurend de meningen, verwachtingen en antwoorden van anderen over te nemen.

Dat herken ik. Zeker wanneer er veel tegelijk speelt, is het gemakkelijker om nog een overleg te plannen dan om een uur rustig over één moeilijke vraag na te denken.

Maar vooral het einde van zijn toespraak bleef hangen. Daar schrijft hij over hoe eenzaam de positie van een leider soms kan zijn.

En dat is iets anders dan alleen willen zijn.

Bij FYRCO werk ik met mensen die verantwoordelijkheid nemen, me tegenspreken en vaak betere ideeën hebben dan ik. Gelukkig maar. Ik zou er niet aan moeten denken alles zelf te moeten bedenken.

Toch zijn er dagen waarop ik van gesprek naar gesprek ga en 's avonds met één vraag blijf zitten waar niemand voor mij het antwoord op kan geven.

Gaan we die richting uit? Investeren we nu of wachten we nog? Wat doen we wanneer een beslissing goed is voor het bedrijf, maar moeilijk voor iemand persoonlijk? En wat als ik het verkeerd zie?

Je kunt advies vragen, argumenten afwegen en mensen laten meedenken. Dat moet zelfs. Maar uiteindelijk moet iemand de knoop doorhakken. En met de gevolgen leven.

Soms kun je je twijfel ook niet zomaar delen. Omdat iets vertrouwelijk is. Omdat anderen er nog niets mee kunnen. Of omdat je zelf nog niet goed weet wat je eigenlijk denkt.

Dan kun je de hele dag tussen mensen zitten en je toch behoorlijk alleen voelen.

Vroeger stond ik daar minder bij stil.

Ik dacht lang dat leidinggeven vooral betekende dat je duidelijkheid moest brengen. Richting geven, beslissen, zorgen dat anderen verder kunnen. Dat vind ik nog steeds belangrijk.

Alleen betekent duidelijkheid naar buiten niet dat de twijfel vanbinnen verdwenen is.

En daar maak ik het mezelf soms moeilijk. Ik wil een gedachte eerst helemaal uitwerken voor ik ze met iemand deel. Alsof ik pas mag aankloppen wanneer ik het antwoord al bijna heb.

Terwijl sommige gesprekken juist helpen om te ontdekken wat ik denk.

Deresiewicz noemt een goed, eerlijk gesprek met iemand die je vertrouwt zelfs een vorm van afzondering. Niet omdat je fysiek alleen bent, maar omdat je even buiten alle ruis kunt nadenken.

Dat vond ik een mooie gedachte.

Ik herken dat ook wanneer ik loop. Een tijdje niemand die iets vraagt, niets dat meteen beslist moet worden. Soms vallen er gedachten op hun plaats. Soms denk ik aan helemaal niets nuttigs. Dat laatste is doorgaans minstens even aangenaam.

Maar ruimte zoeken om alleen te denken, is niet hetzelfde als alles alleen moeten dragen.

Dat verschil leer ik nog altijd. In mijn eentje.